Eighty – Alive and Kicking (dutch article bn destem)

image-4409880ROOSENDAAL – Waar is de tijd gebleven? Dat hij als de grote baas van de Koninklijke Drukkerijen & Uitgeverijen Van Poll in de directiekamer aan de Roosendaalse Molenstraat zijn vleugel had staan? Eind jaren zeventig, Jack van Poll staat aan het roer van een grafische onderneming met ruim driehonderd man.

Een dertiger, die het liefst zijn hart volgt en jazz speelt in een wereld waarin hij al naam maakt, maar na het overlijden van zijn vader – die wordt slechts 59 – het familiebedrijf moet runnen.

“Dat móest, ik wilde ook niet anders”, zegt Van Poll aan de vooravond van zijn tachtigste verjaardag in zijn villa in Schoten, bij Antwerpen. “Ik was de vierde generatie en had verantwoordelijkheid voor zóveel mensen. Ik speelde veel, ook in het buitenland, maar moest toch op het bedrijf zijn. Maar tegen de lambrisering stond wel een vleugel ja.”

Jack van Poll

Jack van Poll

Iedereen in Roosendaal zegt dat ‘Sjak’ het als uitgever en drukker van onder meer Brabants Nieuwsblad niet lang zal volhouden. Hij geeft daaraan niet toe en laat de boel met vestigingen in Nederland en België floreren. Op het hoogtepunt adviseert zijn boekhouder het bedrijf naar de beurs te brengen, maar dat krijgt Van Poll niet over zijn hart. Hij besluit uiteindelijk in 1979 de boel te verkopen aan Elsevier-NDU, een grote uitgeverij van boeken én kranten, zoals destijds Algemeen Dagblad. Daar waren de mensen in goede handen.

Vanaf dan is Van Poll gefortuneerd fulltime jazzmuzikant. Wat velen niet weten, is dat hij dan al een half vrolijk en rumoerig leven in de jazz heeft versleten. De man van wie de beroemde jazztrompettist Dizzy Gillespie later zal zeggen ‘I had to look twice before I believed this Dutch cat was white’, zit al op zijn vierde achter de piano. Hij heet dan nog klassiek Jacques, net als zijn vader, zijn opa, zijn overgrootvader. Moeder draait vooral oude jazzplaten, 78 toeren. In 1944, hoort en ziet hij de Canadese bevrijders swingen op boogie-woogie en bebop.